AstroCursus

Astrotweelingen

Deel III: Opzet voor een

kwalitatief onderzoek

Hoe zou je het onderzoek naar astrotweelingen op kunnen zetten? Daarover ging deel 3 van de lezing.

Doelstelling:

  • Hoofddoel van het onderzoek is: Grenzen verkennen van de astrologie en deze in kaart brengen.
Onlangs stelde een beginnend astrologe op de Facebookgroep Astrologieblog een aantal vragen. Welwillende collega's hadden ze uitvoerig beantwoord, maar één vraag bleef open staan: “Kun je in een horoscoop zien of iemand van adel is?” “Nee”, schreef ik, “maar wel of iemand een ‘edel’ karakter heeft.”
Over het tweede deel van mijn antwoord kun je discussiëren, maar over het eerste niet: van adel zijn zie je niet in een horoscoop. Dit soort zaken komt ongetwijfeld aan de orde in discussies bij opleidingen tot astroloog, maar of het systematisch gebeurt, weet ik niet. Hoe dan ook, ik denk dat het belangrijk is de grenzen van de astrologie expliciet aan de orde te stellen tijdens de studie, al was het maar om met goede argumenten te kunnen komen tegenover de gevestigde wetenschap.

Wat moet het onderzoek opleveren:

  • Het gaat er in de eerste plaats om dat astrologen zelf een dieper inzicht verwerven in wat je wel en niet kunt met astrologie.
  • Er wordt een officiële publicatie gemaakt van de bevindingen.
In de discussie achteraf wordt opgemerkt dat je met publiceren niet moet wachten tot het onderzoek klaar is (dat is het nl. nooit!), maar dat je tussentijds alvast bevindingen vastlegt. Het geval natrood bijvoorbeeld, is heel geschikt voor zo'n kort artikeltje, zie links onder deel I in de kolom hiernaast.

Enkele vooronderstellingen:

Met behulp van een geboortehoroscoop kun je NIET…   Met behulp van een geboortehoroscoop kun je WEL…
…een seriemoordenaar herkennen   …criteria seriemoordenaars vinden
…het IQ vaststellen   …type intelligentie bepalen
…aangeboren psychische afwijkingen zien   …mogelijk afwijkend gedrag voorzien
…zien of iemand kunstenaar wordt   …zien of iemand musisch begaafd is
…iemands exacte beroep bepalen   …type beroep en beroepshouding omschrijven, bv.: technisch of administratief; jobhopper of jobhouder; successen & valkuilen

Toen ik tijdens de Dag van Astrologieblog (24.09.2016) opmerkte dat ik vroeger geen consulten gaf, maar alleen horoscopen trok voor onbekenden zonder ze ooit gezien te hebben, kwam er een reactie uit de zaal: “Maar dat kán helemaal niet, je moet met de mensen praten en samen…”, etc.
Dagvoorzitter Liz Hathway was het daar niet mee eens. “Nee, nee”, zei ze, “ons vak beschikt over voldoende instrumentarium om adequate beschrijvingen te geven op basis van alleen de geboortehoroscoop.”

Een van de aantrekkelijke kanten van de astrologie vind ik nu juist dat je je cliënt niet per se hoeft te zien en/of te spreken, maar dat je louter op grond van de horoscoop vaak treffende beschrijvingen kunt geven van iemands aard, aanleg en mogelijkheden. Zo'n beschrijving is iets heel anders dan een consult. Met mensen die daar behoefte aan hebben, maak ik een afspraak voor een gesprek. Overigens krijg ik nog regelmatig aanvragen voor beschrijvingen op basis van een geboortehoroscoop, meestal bedoeld als verjaardagscadeau.

Aan zo'n beschrijving moeten natuurlijk wel bepaalde eisen worden gesteld en daarvoor moet je als astroloog soms je nek uitsteken. Maar dat hoort bij het vak.

Referentiehoroscoop, materiaal verzamelen:

Toen ik begon met het verzamelen van andere astrotweelingen bleek al snel dat je daar zonder meer weinig mee kunt. Over bekende lieden is meestal veel informatie te vinden, maar is het ook de informatie die je nodig hebt?
Daarom ben ik gaan werken met een referentiehoroscoop per datum, zoals die van mijzelf voor 11 juli 1947 (en ook een beetje voor 9 juli 1947) en die van de rechter voor 15 mei 1949. Geschikt zijn bv. partner, naaste familieleden, goede vrienden, en in het algemeen mensen die willen meewerken en bereid zijn een aantal diepgaande gesprekken met je te voeren.

Heb je een geschikte referentiehoroscoop, dan kun je 3 à 4 astrotweelingen zoeken. Een goede bron is de website van Astrodienst, waar je onder ‘Free Horoscopes’ in kolom 3 als laatste optie ‘Your Astro-Twins’ ziet staan. Maar er is veel meer te vinden. Google bijvoorbeeld op je geboortedatum, dan komt er van alles voor de dag.
Het loont de moeite om meer informatie te zoeken over de astrotweelingen die je vindt. Vooral YouTube is een prachtige bron, omdat je de mimiek ziet en de manier van bewegen etc., en je hoort ze praten.

Horoscopen vergelijken:

Vergelijk de horoscopen van een set astrotweelingen nauwkeurig, maar gebruik daarvoor niet meer dan de conventionele 10 ‘planeten’, dus geen Zwarte Maan, geen Cheiron e.d.
Werk met Zon t/m Pluto, haal er eventueel de Maanknopen en Pars Fortunae bij, maar niet meer dan dat.
De posities van planeet in teken zullen op 1 dag meestal gelijk zijn, dus focus op de verschillen tussen de posities in huis, en op teken van en aspecten met ASC en MC. Zo staat de Maan zowel bij Jerney Kaagman als bij O.J. Simpson in Vissen. Hij heeft hem in VIII, zij in VI. Dat betekent dat het vrijwel exacte vierkant met Uranus bij hem totaal anders werkt dan bij haar. Zie de horoscopen in Toegift aan het eind van deel I.

In mijn lezing gaf ik aan welke aspecten ik gebruik, maar ik was er twee vergeten. Op verzoek van de collega's volgt hier bovendien een lijstje waarin per aspect is aangegeven welke orb ik aanhoud. Voor dit onderzoek hanteer ik bij vierkant, driehoek en oppositie iets nauwere orbs dan normaal. De orbs in de tabel hieronder gelden ook voor aspecten met Zon en Maan.
In les 4 van de Basiscursus, Grenzen en orbs, kun je lezen wat ik als ‘normaal’ beschouw en mijn overwegingen daarbij. Daar valt natuurlijk altijd over te praten, evenals het in een later stadium nuttig kan blijken er ook andere aspecten bij te halen, zoals quintielen, septielen e.d.
Te gebruiken aspecten en orbs
conjunct   orb: 5°    
halfsextiel 30°   orb: 1° aspecten met ASC en MC orb: 5°
sextiel 60°   orb: 5° ASC en MC halfsextiel orb: 1°
vierkant 90°   orb: 6°    
driehoek 120°   orb: 7° aspecten JU-PL onderling orb: 5°
inconjunct 150°   orb: 5° JU-PL halfsextiel  orb: 1°
oppositie 180°   orb: 7°    

Uitvoerbaarheid:

Als je jezelf en/of mensen die je heel goed kent voor een referentiehoroscoop kunt inzetten, is dat een uitstekende start. Maar mensen werven voor deze rol is al een onderzoekje op zichzelf, en daar komen dan nog de gesprekken bij.

Het vinden van astrotweelingen kan lastig zijn. De vijf Stieren zonder water (de meiserie uit deel II) waren wat dat betreft eenvoudig: de vier astrotweelingen bij de referentiehoroscoop waren gewoon te vinden in de Astro-databank. Je hebt dan de exacte geboortegegevens en wat het uur betreft: je weet hoeveel waarde je eraan kunt hechten door de Rodden Rating die erbij wordt vermeld.
Lang niet voor elke geboorte­datum is er echter een astrotweeling te vinden. Je kunt op allerlei andere manieren gaan zoeken (typ bijvoorbeeld de volledige geboorte­datum in), maar je beschikt dan niet over het geboorte­tijdstip en de Rodden Rating, dus zul je nog meer speurwerk moeten doen.

Het vergelijken van de horoscopen gaat snel.

Heel veel werk gaat zitten in het opsporen van relevant biografisch materiaal over de astrotweelingen. En je hebt er talenkennis voor nodig. Over zeer bekende personen is er meer dan genoeg te vinden in het Nederlands en Engels, maar voor mensen die vooral in hun eigen land bekend zijn, zoals de vijf Stieren, moet je Duits en Frans kunnen lezen (of Google vertalen inzetten).

Samenwerken:

  • Mijn voorstel is, om te gaan samenwerken met opleidingen die hun studenten willen leren onderzoek te doen. We zouden onderzoekmogelijkheden kunnen aanbieden op verschillende niveaus en de studenten daarbij begeleiden.
  • Daarnaast is samenwerking met andere astrologen een ‘must’, al was het alleen maar om ‘bedrijfsblindheid’ te voorkomen, is het nuttig om periodiek één of meer sets van gevonden astrotweelingen te bespreken, zoals we dat nu bij de Stieren en de Kreeftman en -vrouw hebben gedaan. Bovendien kunnen zij helpen met het vinden van geschikt materiaal.

Wat levert het op:

Aan de ene kant is het onderzoek vaak ontmoedigend. Maar dan vind je ineens treffende overeenkomsten op punten waar je dat niet had verwacht en waarnaar je niet eens op zoek was. Zie bijvoorbeeld Natrood in deel I, maar ik heb ook veelbelovend materiaal over spreektrant, maatschappelijke betrokkenheid en zelfs politieke voorkeur.

Ik denk dat dit ‘handwerk’ eerst uitvoerig en gedegen moet worden gedaan om inzicht te krijgen in de grenzen van de astrologie. Je moet bv. nog geen slimme, handig te verwerken vragenlijsten maken, maar (als dat kan) mensen gewoon laten praten en ze observeren. Als het goed is, krijg je door deze werkwijze steeds scherper zicht op wat je wel en niet met astrologie kunt.

Gaandeweg kun je met steeds meer gestructureerde methoden gaan werken, nog steeds kwalitatief, maar dat is voorlopig nog toekomstmuziek.

En daarna wordt misschien kwantitatief onderzoek mogelijk.

Home | NAAR BOVEN | sitemap

Laatste versie: zaterdag 10 december 2016