AstroCursus

2

Met zevenmijlslaarzen

door de historie

Je zou astrologie een ervaringswetenschap kunnen noemen, omdat zij haar oorsprong vindt in de oudheid en berust op eeuwenoude kennis en ervaring. Vandaar dat de geschiedenis van de astrologie een belangrijk studieobject is. Het woord ‘wetenschap’ wordt hier overigens nog losjes gehanteerd.
De westerse astrologie is gebaseerd op de Griekse astrologie, die weer de Babylonische astrologie als vertrekpunt heeft. Misschien leuk om te weten: onze indeling van uren en booggraden in 60 minuten en die weer in 60 seconden, hebben we van de Babyloniërs, die met het 60-tallig stelsel werkten.

De symbolen voor de tekens zoals we die nog steeds gebruiken werden al door de oude Grieken gehanteerd, zie figuur 4, een horoscooptekening uit de Tetrabiblos van Ptolemaios. (Vroeger tekende men meestal vierkante horoscopen.) Ook de namen van tekens en planeten en typeringen van huizen dateren al van vele eeuwen geleden. In de buitenrand van figuur 4 zie je de symbolen, de driehoeken binnenin zijn de huizen. Het eerste huis wordt een ‘domus angularis’, hoekhuis, genoemd, evenals de huizen 4, 7 en 10. Het 2e huis is een ‘domus succedens’, een opvolgend huis, evenals 5, 8 en 11. Het 3e huis is een ‘domus cadens’, een vallend huis, evenals 6, 9 en 12. Die termen gebruiken we officieel nog steeds. Ook de betekenissen die worden toegekend aan deze fenomenen zijn gebaseerd op c.q. afgeleid van wat de Grieken daarover zeiden.

vierkante horoscoop, Tetrabiblos
Figuur 4

ronde horoscoop uit 15-18 nC
Figuur 5

De horoscoop van figuur 5 is rond en volgens de bron (Neugebauer & Van Hoesen, Greek Horoscopes, Philadelphia 1959, ook te vinden en door te bladeren op Google Books). De Griekse auteur, wiens commentaar wordt weergegeven in Greek horoscopes (p. 18), meldt dat de horoscoop uit de tijd van keizer Tiberius stamt. Om het hoeveelste jaar van zijn regering het gaat, is echter niet meer leesbaar. N&vH beredeneren dat het om de jaren 15-18 moet gaan. Een klein onderzoekje in de Zwitserse ephemeris leert dat het niet mogelijk is om te bepalen wanneer de posities van de planeten precies zo waren als in deze horoscoop. De Zon (Hèlios) staat samen met Mars (Arès) net onder de horizon in Weegschaal (Zygos), dus we weten dat het om de periode van de Weegschaal gaat, kort na zonsondergang. Links komt de Maan op (Selènè oroskopos, Maan in de ascendant). De namen van de planeten kloppen met die van ons, alleen worden de Griekse varianten gebruikt: Kronos is bijvoorbeeld gelijk aan Saturnus. Hij staat hier in Toxotès oftewel Boogschutter. Venus (Aphrodite) en Jupiter (Zeus) zijn niet in de tekening opgenomen, maar volgens het commentaar van de auteur stonden ze resp. in Schorpioen en Boogschutter. Echter, welk van de jaren 15-18 je ook bestudeert, er is er geen één waarin alle posities kloppen…

2.1  Lot van de koning is lot van het land

Astrologen deden in oude tijden vrijwel uitsluitend voorspellingen. De psychologische astrologie is veel jonger, met dien verstande dat de Babyloniërs de horoscopen trokken van kinderen die op grond van hun afkomst aan de macht zouden kunnen komen: het lot van een koning of generaal is nauw verbonden met dat van het volk. Een onfortuinlijke horoscoop zou het hele land in ellende storten, en dat wilde men liefst voorkomen.

2.2  Academische studie, kritiek

Vanaf de 12e/13e eeuw was astrologie een onderdeel van iedere academische studie. Astrologie hield in wat wij nu astronomie noemen en daarnaast wat voor sommigen een rechtvaardiging was voor het bestuderen van de sterren, nl. het betekenisgevende deel. Studenten moesten zich hierin verdiepen, want vorsten, hoge geestelijken en zelfs de paus hadden behoefte aan adviseurs die hen op feiten gebaseerde raad konden geven. En die feiten leverde de astrologie.

Al vanaf de oudheid waren er bezwaren tegen dit betekenisgevende deel (bijvoorbeeld van kerkvader Augustinus). Dat was niet zozeer omdat men er niet in geloofde, maar omdat men principieel-religieuze bezwaren had tegen voorspellen, of omdat men zag dat veel astrologen er een potje van maakten.
De Romeinse jurist en redenaar Cicero was een vroege skepticus: hij vond het fenomeen tweelingen tegen de astrologie pleiten. Afgezien van de vraag of hij daarin gelijk had, vind ik Cicero's scepticisme niet zo gek: hij was een Steenbok. Mensen die onder dit teken worden geboren zijn niet erg gelovig van nature en trekken allerlei zaken in twijfel. Het zijn typische “ja, maar…”-mensen.

In de 17e eeuw verrichtte Morin de Villefranche (1591-28 februari 1659) monnikenarbeid door alles wat tot dan toe bekend was over de astrologie samen te vatten en te systematiseren. Zijn boek Astrologica Gallica (794 pagina's!) is gebaseerd op het wereldbeeld van Claudius Ptolemaios (overleden 168 of 178 na C) en werd pas jaren na zijn dood gepubliceerd. En toen was de astrologie al op haar retour… Maar het is de basis gebleven voor drie eeuwen astrologie, die toen echter wel ‘ondergronds’ was gegaan.

2.3  Astrologie gaat ‘ondergronds’

In 1666 werd astrologie verwijderd uit het curriculum van de Universiteit van Parijs, bij gelegenheid van de oprichting van de Academie van Wetenschappen door Colbert.
Ook elders verdween vanaf de 17e eeuw tot begin 18e eeuw de astrologie uit de universitaire curricula, al werden er wel horoscopen gemaakt en bleven artsen astrologie nog steeds gebruiken voor het uitzoeken van de juiste medicatie e.d. Maar nieuwe ontwikkelingen op het vakgebied deden zich niet voor.

2.4  Zon centraal in duiding, Alan Leo

Pas eind 19e / begin 20e eeuw kwam er weer beweging in.
De Britse astroloog Alan Leo (pseudoniem van Frederick Allen; Leo stond niet voor zijn zonneteken, dat toevallig ook Leeuw was, maar voor zijn ascendant) leefde van 07.08.1860-20.08.1917 en heeft vrijwel in zijn eentje voor een astrologische revolutie gezorgd. Door zijn toedoen namelijk is het zonneteken centraal komen te staan in de horoscoopduiding. Hij kwam daartoe doordat hij een overtuigd theosoof was en bij deze stroming neemt de Zon een belangrijke plaats in. Sinds Ptolemaios (en waarschijnlijk al veel eerder) was de ascendant, het geboortemoment, altijd het belangrijkst geweest.

Leo was een idealist die het volk wilde verheffen, zodat ook arme mensen zich konden voorbereiden op The Age of Aquarius, die volgens hem in 1928 zou beginnen. Hij deed dat door zogenaamde ‘shilling-horoscopen’ te leveren met de gedachte in het achterhoofd dat iemand die zichzelf kent, ook beter in staat is voor zichzelf op te komen. Wie zijn geboortedatum, -uur en -plaats plus een shilling naar Leo stuurde, kreeg zo’n 20 pagina’s tekst met de uitleg van zijn of haar persoonlijke horoscoop.
Dat pakte hij op zijn Leeuws aan. Hij had zelf de verschillende planeetposities in tekens en huizen plus hun mogelijke onderlinge verhoudingen (aspecten, figuur 2 en 3) beschreven in zijn boek How to judge a nativity. Na berekening van een horoscoop liet hij zijn werknemers die teksten uit zijn boek overschrijven die van toepassing waren op de horoscoop van de aanvrager.

Hij was de eerste die persoonlijke horoscopen in massa liet produceren volgens een systeem zoals dat nu per computer wordt uitgevoerd: de betekenissen van alle in een horoscoop voorkomende posities worden beschreven en onder elkaar gezet, zonder dat de verschillende factoren worden gewogen. (Campion II/232, zie Bronnen).

Toen hij eenmaal had vastgesteld dat het zonneteken als kern van iemands astrologische portret moest worden beschouwd, zag Leo dat je nu ook horoscopen voor iedereen kunt publiceren in een krant of tijdschrift. Deze ‘tijdschrifthoroscopen’ zijn gebaseerd op het zonneteken. Om erachter te komen wat je zonneteken is, hoef je alleen maar je geboortedatum te weten om te zien welke voorspelling op jou betrekking heeft.

Leo deed verder heel weinig met voorspellingen, maar werkte vooral met horoscopen van individuen. Daarmee werd hij de vader van de moderne psychologische astrologie.

2.5  Opkomst van de computer

Sinds de komst van de computer is het doodeenvoudig geworden om horoscopen te maken, wat een nieuwe opbloei voor de astrologie betekende. Toen computers nog geen gemeengoed waren, maar wel op steeds grotere schaal hun intrede deden bij universiteiten en in grote instellingen, verwachtte men dat de juistheid van de astrologie nu snel bewezen zou kunnen worden. In die tijd, om precies te zijn op 3 juni 1971, werd de NVWOA opgericht, de Nederlandse Vereniging tot Wetenschap­pelijk Onderzoek naar de Astrologie, mede met het idee dat er een tijd leek aan te breken waarin er duidelijkheid zou gaan ontstaan over de waarde van de astrologie. Maar zo eenvoudig bleek dat niet te liggen, zie verder par. 4.4.

Home | NAAR BOVEN | sitemap

Laatste versie: dinsdag 29 november 2016