AstroCursus

4

Astrologie, 20e eeuw tot heden

In dit hoofdstuk vertel ik kort iets over mijn ontwikkeling als astroloog, en komen interessante ontwikkelingen en onderzoeken op het gebied van de astrologie aan de orde. Naar aanleiding daarvan vraag ik me af: waar liggen de grenzen van het vak; wat kunnen astrologen en wat kunnen ze niet?

4.1  Mijn ontwikkeling als astroloog

Toen ik begon met astrologie in de jaren 1960 kon je simpele boekjes kopen, maar waren er geen cursussen, laat staan opleidingen in astrologie. Ik ben dan ook autodidakt. Tegen de tijd dat mensen als Karen Hamaker begonnen te werken als astroloog had ik al vele jaren ervaring en heel erg veel gelezen. Ik voelde er dus niets voor om cursussen te volgen op een gebied waarin ik goed thuis was. Ik werkte, deed daarnaast mijn studie 1e-graadsdocent Nederlands (middeleeuwen) en na het afsluiten daarvan doctoraal taalkunde, taalfilosofie en logica. Tussen de bedrijven door bleef ik de astrologie intensief beoefenen, maar ik sloot me niet aan bij andere astrologen en las ook geen tijdschriften. Achteraf vind ik vooral dat laatste niet erg verstandig, maar in mijn beginjaren als astroloog had ik geen interesse in wat Nederlandse astrologen te melden hadden. Ik had mijn eigen methoden ontwikkeld, behaalde mijn eigen succesjes en leidde daarnaast een druk en ingewikkeld bestaan.
Astrologiebeoefenaars die ik in die dagen (jaren 70 en 80) ontmoette, lagen me bovendien niet: ze waren nogal van de New Age en daar had ik het niet zo op. Ik wilde van alles onderzoeken, weten waarom het werkte, maar had (en heb) geen interesse in maanrituelen en dat soort zaken. Ik wilde weten welke methode(n) het beste was (waren) en waarom. Wat ik niet wilde horen waren opmerkingen als “Je moet gewoon de methode gebruiken die voor jou werkt”. Ik was op zoek naar objectieve criteria.

In 1981 deed de computer zijn intrede in mijn leven en in de jaren 90 kwam daar internet bij. Dat bracht mijn ontwikkeling als astroloog in een stroomversnelling en ik kreeg de behoefte met andere astrologen in contact te komen, want inmiddels had ik gemerkt dat er veel meer astrologen zijn die interesse hebben in een weten­schap­pelijke benadering van het vak. Omdat sinds 1991 mijn levensgezel aan het demen­teren was geraakt, kon ik niet onmiddellijk aan die behoefte voldoen. Het duurde tot 2004 voor ik me aansloot bij de NVWOA en het was na Berts sterven in 2007 dat ik actiever begon te worden voor de vereniging en ik ook congressen ging bezoeken.

4.2  Facebook: Astrologieblog

Een van de interessantste ontwikkelingen van de laatste jaren in ons land vind ik de besloten Facebookgroep voor astrologen: Astrologieblog, opgericht en kundig beheerd door Liz Hathway. Uit het met elkaar delen van onze twijfels en zekerheden m.b.t. de astrologie zijn al verschillende andere drukbezochte Facebookgroepen voortgesproten, o.a. die van Jean Cremers (Planetdance Tips Truuks en Help) ter ondersteuning van zijn gratis astrologie-programma Planetdance, en die van Martien Hermes (Hellenistische configuraties en aspecten en astrologie), die op Facebook een complete leergang Hellenistische astrologie is gaan ontwikkelen voor astrologen die hier meer van willen weten.

Veel bekende astrologen publiceren er hun visie op actuele gebeurtenissen of op personen die op een bepaald moment in de belangstelling staan. En van tijd tot tijd gooit Liz Hathway prangende vragen in de groep.
Dat laatste leidt vaak tot veel interessante observaties en discussies over een bepaald hemelverschijnsel, bijvoorbeeld wat de loop van Saturnus door het teken Boogschutter teweeg brengt, of hoe astrologen het effect van een retrograde lopende Mercurius ervaren bij zichzelf of bij anderen.
Ook over astrologie en wetenschap wordt soms gediscussieerd. Sommige astrologen vinden dit niet interessant: astrologie werkt, en dat moet genoeg zijn. Anderen bepleiten zeer strenge voorwaarden waaronder astrologisch onderzoek moet plaatsvinden en waaraan het moet voldoen; de criteria kunnen volgens hen niet streng genoeg zijn.
Ik denk dat deze uitwisselingen van ideeën en ervaringen zeer bevorderlijk zijn voor de kwaliteit van de astrologie als vak. Niet alles is even hoogstaand natuurlijk, maar vaak blijf ik nog lang nadenken over bepaalde punten die aan de orde worden gesteld. Ik leer daarvan en dat geldt waarschijnlijk voor alle groepsleden.

4.3  Professionalisering

De beroepsverenigingen AVN (Astrologische Vakvereniging Nederland, opgericht in 1998) en ASAS (de Astrologische Associatie, opgericht in 1997), hebben een gedragscode die door hun leden moet worden onderschreven. Ook opleidingen worden door deze verenigingen gescreend en van een keurmerk voorzien. Verder geven ze elk een vakblad uit (Asascoop door de ASAS en Astrofocus door de AVN). Voor de professionalisering van de astrologie is het belangrijk dat deze verenigingen er zijn.

Al vele jaren bieden astrologen de nodige opleidingen en cursussen aan; ook ikzelf heb me daarin niet onbetuigd gelaten. Ik heb talloze lezingen, cursussen en workshops gegeven en werk nog steeds aan de verbetering en uitbreiding van mijn website AstroCursus. Ik laat deze overigens niet screenen door AVN of ASAS: ik leid geen mensen op tot astroloog, maar heb een bescheidener doel. Het gaat mij om kennis delen en een ondersteuning bieden bij andere opleidingen voor mensen die het vak nog van de basis af moeten leren. Mijn sterke punt is populariseren: ik kan ingewikkelde materie begrijpelijk maken. Dat deed ik vroeger met mijn studie­boeken op het gebied van bedrijfskunde en ICT voor het hbo, en sinds 2004 met deze website voor de astrologie.

Langzamerhand worden de lessen minder vrijblijvend en de opleidingen steeds professioneler. Belangrijk vind ik bijvoorbeeld de Academie voor Toegepaste Astrologie, een opleiding op HBO-niveau, opgericht door Karen Hamaker-Zondag. Maar er is veel meer en ook veel goeds op de markt.

Met een voldoende vooropleiding en een uitstekende kennis van het Engels kun je een Master's Degree halen aan de University of Wales, waar dr. Nicholas Campion de scepter zwaait over het Sophia Centre for the study of Cosmology in Culture.
Het gaat hier niet om een academische opleiding tot astroloog, want dat is op het ogenblik nog “a bridge too far”. Wel kun je afstuderen en promoveren op de astrologie als object van je onderzoek, bijvoorbeeld op onderwerpen uit de historie. Ik ken een aantal (Nederlandse) astrologen die deze Master's hebben gehaald en die er een heel diepe kennis van het vak aan hebben overgehouden. Ik denk dat dit erg belangrijk is voor de toekomst van de astrologie als discipline die serieus wordt genomen.
Campion zelf heeft een BA in geschiedenis, een Master's in Zuidoost-Aziatische studies en is gepromoveerd op een godsdienst-wetenschappelijk proefschrift. Hij heeft veel gepubliceerd over astrologie, onder meer een gezaghebbend 2-delig werk History of Western Astrology(2008/9) dat ik veelvuldig raadpleeg.

4.4  Een paar voorbeelden van onderzoek

Het oudste serieuze onderzoek naar de astrologie is van Simon Vestdijk. Dit geldt niet alleen voor Nederland, maar wereldwijd. De studie naar zonnetekens deed hij in 1928-29. Later heeft hij er statistiek op losgelaten en de resultaten beschreven in zijn boek Astrologie en Wetenschap (1949). Wat hij vond, deed hem twijfelen aan de astrologie.
De opzet van zijn onderzoek was ingenieus, maar er zaten ook vreemde fouten in zijn aannamen. Hij ontsnapt aan een methode die in de psychologie veel wordt gebruikt en die ik zeer twijfelachtig vind: zelfreflectie als basis. Hij werkt nl. met broers en zussen die op zichzelf, maar ook op elkaar reflecteren.
Waar hij in de fout gaat, is de volgorde van de tekens waarbij een bepaalde karaktertrek dominant/niet dominant is. Ik noem één voorbeeld. Vraag 11 luidt:“Wie is het natuurlijkst in zijn optreden?” De bijbehorende toelichting formuleert hij als volgt: “zich geven zoals men is, geen aanstellerij, optreden niet berekend, niet stijf of geremd”. Vervolgens plaatst hij de 12 tekens in de volgorde van natuurlijkst tot onnatuurlijkst: Waterman, Leeuw, Stier, Ram, Boogschutter, Tweelingen, Kreeft, Vissen, Schorpioen, Maagd, Steenbok, Weegschaal.
Die volgorde is ook maar een mening; ik ben het er zeker niet zonder meer mee eens, en het zou me verbazen als andere astrologen geen bezwaren zouden hebben tegen deze lijst. Bovendien heb ik de indruk dat Vestdijk een voorkeur heeft voor het teken Waterman (zelf was hij Weegschaal, waar hij niet helemaal gelukkig mee was) en dat daardoor allerlei gunstige eigenschappen bij dit teken sterk vertegenwoordigd zijn.
Kortom, historisch gezien is zijn poging interessant, maar de uitvoering is niet goed genoeg om er oordelen over de astrologie op te baseren.

Het werk van de Franse statisticus Michel Gauquelin heeft ook buiten de astrologie enige bekendheid gekregen door het ‘Mars-effect’: sporters hadden vaker dan verwacht Mars in de buurt van MC of ascendant staan. Dit was statistisch gezien significant, echter, het aantal sporters met Mars in de buurt van asc en MC was maar 1 procent groter dan het aantal sporters dat Mars daar niet in de buurt had staan. Dit geldt ook voor andere beroepsgroepen die hij onder de loep nam. Waarschijnlijk waren de beroepsgroepen niet homogeen genoeg (zie Bronnen, Jan Ruis en Hans van Oosterhout).
Hoe dat ook zij, Gauquelin was een intelligente man en een ongelofelijk harde werker, maar toen zijn goede trouw als onderzoeker in twijfel werd getrokken, raakte hij in een diepe depressie en pleegde hij zelfmoord (mei 1991).
De dataverzamelingen van Gauquelin zijn enorm en beschikbaar via internet.

Overigens was hij erg tegen bevallingen met de keizerssnede als daarvoor geen medische noodzaak is. Op grond van eigen observatie ben ik het met hem eens. (Zie zijn boek Birthtimes, New York 1983, Bronnen. Ik ben bezig met een artikel over dit onderwerp.)

Veel onderzoek gaat niet zozeer over de astrologie als wel over de competentie van astrologen. Voorbeeld is een onderzoek van Skepsis door de inmiddels overleden Rob Nanninga. Astrologen kregen een aantal horoscopen voorgelegd en los daarvan eenzelfde aantal duidingen. Het was de bedoeling dat ze de juiste uitleg bij de juiste horoscoop zouden vinden. Daar brachten ze erg weinig van terecht. Nanninga schrijft vriendelijk over de deelnemende astrologen, maar zijn oordeel over de astrologie is vernietigend. Dat lijkt heel erg, maar het onderzoek is niet naar behoren opgezet. Zie voor commentaar hierop dr. Martin Boot op zijn website Astroboot.

Wat mij betreft het meest overtuigende onderzoek is het astrologisch-historische werk van Robert Doolaard.
Hij heeft erover gepubliceerd in onder meer Correlation, een Brits blad voor astrologisch onderzoek. Zijn artikelen, in de Nederlandse en de Engelse versie, zijn te vinden op de website van de NVWOA. Heel grof geformuleerd komt zijn onderzoek hierop neer: het vertrekpunt is een samenstand van Neptunus, Pluto en Uranus. Deze komt 1x in de 4000 jaar voor en altijd in Tweelingen. Binnen zo'n periode van 4000 jaar zijn acht rondes te onderscheiden van ongeveer 500 jaar, waarvan het begin steeds wordt gemarkeerd door een conjunctie van Neptunus en Pluto, ook weer altijd in Tweelingen. Wat er zich binnen een ronde van 500 jaar afspeelt, kan tot in details worden uitgezocht volgens het systeem van Doolaard. Hij kan daardoor uitspraken over de toekomst doen die hout snijden. Zo zag hij al ruim voor het zo ver was de financiële crisis van 2008 aankomen.

Verder is interessant het statistische onderzoek van Jan Ruis over serie­moor­de­naars. Het onderzoek is helder van opzet en goed uitgevoerd. Een Nederlandse samenvatting van de hand van Hans van Oosterhout staat op de website van de NVWOA, waar ook links te vinden zijn naar de oorspronkelijke uitvoerige artikelen in het Engels (verschenen in Correlation).

4.5 Astrologen vallen van hun geloof

In de afgelopen 30 jaar zo ongeveer zijn er een aantal astrologen onder veel tamtam van hun geloof gevallen.
Eén stopte als astroloog vanwege een observatie: zijn kleindochters, een tweeling, hebben vrijwel de zelfde horoscoop, maar de één heeft een totaal ander karakter en optreden dan de ander.
Enkele anderen merkten dat hun cliënten tevreden waren met hun duiding, ook als zij (soms per ongeluk, soms met opzet) de verkeerde horoscoop als basis gebruikten.
En het laatste geval: een astroloog stopte vanwege het feit dat een aantal collega's van goede naam en faam niet in staat bleken de horoscoop van een seriemoordenaar te herkennen.

Wat 1 betreft: Er is nooit onderzocht wat het met iemand doet als hij of zij deel uitmaakt van een tweeling. Ik ben bezig met onderzoek hiernaar, en ik geef één voorbeeld: het geval van de twee Ramvrouwen. Zie figuur 11, horoscopen gemaakt met AstroScoop.

horoscopen van de twee Ramvrouwen
Figuur 11

De oudste is 5 minuten eerder geboren dan haar zus. Soms kunnen die paar minuten net het verschil maken tussen de ene en de andere ascendant, de positie van een planeet in het ene of het volgende huis etc. In het geval van deze twee vrouwen is er echter geen sprake van een dergelijk verschil. De horoscopen lijken sprekend op elkaar, en als ik de verhalen had moeten opschrijven, zouden ze gelijk zijn uitgevallen.
De dames, een ééneiige tweeling, kwamen bij mij op consult toen ze 55 waren. Ze leken veel op elkaar, maar je kon ze gemakkelijk uit elkaar houden. Beiden waren vrij klein en tenger, beiden hadden mooi dik en natuurlijk witblond haar, beiden droegen leuke, aparte kleren in dezelfde stijl, maar verder wel verschillend. De ene had een bloeiende positieve uitstraling, de andere deed me een beetje denken aan een bleke kopie van haar zus. Ze vertelden me dat ze als kinderen zo sterk op elkaar leken, dat zelfs hun moeder ze niet altijd uit elkaar kon houden.
De bloeiende zus bleek de oudste te zijn. Dat verbaasde me niet: zij had als oudste de meeste aandacht gehad en dat doet een Ram goed. De tweede zus had haar leven lang geprobeerd haar zus en haar successen te kopiëren. (Dit laatste was mij verteld door degene die de tweeling bij mij introduceerde.) Een Ram is geen volger, dus ik stelde me voor (uiteraard zei ik daar niets van) dat de tweede zus nooit gelukkig was geweest in haar positie als jongste. Ik liet ze zoveel mogelijk vrijuit praten zonder voortdurend vragen te stellen. Daardoor voelde ook de jongste zich op haar gemak en in de loop van het gesprek werd mijn idee bevestigd.

Dit bewijst verder niets, maar vraagt wel om verder onderzoek. Toevallig heb ik nog twee gevallen van tweelingzussen die Ram zijn, en in beide gevallen was de ene zuster leidend en leed de andere zuster onder haar positie als volger. Maar zou dit ook zo werken bij twee Vissen? Of bij twee Weegschalen?

Op het ogenblik geef ik her en der lezingen over het onderwerp omdat ik het van groot belang vind mijn ervaringen te bespreken voor ik erover schrijf. In het voorjaar van 2017 hoop ik erover te publiceren.

Wat 2 betreft: Dit zegt vooral iets over de astrologen in kwestie. In alle jaren dat ik consulten geef, heb ik nooit de verkeerde horoscoop voor mijn neus gehad bij een duiding. Dat deze lieden dat wel overkwam, geeft mijns inziens aan dat ze niet echt geïnteresseerd zijn in hun cliënt. Hoe kun je van zo'n astroloog een goede, gerichte duiding verwachten? Bovendien vind ik het opzettelijk gebruiken van een verkeerde horoscoop niet ethisch en het getuigt niet bepaald van respect voor je cliënt.

Eén van hen schrijft zelf (Rudolf Smit in Tests of Astrology, zie Bronnen) dat de aard van een consult met zich meebrengt dat je je uit in versluierende taal, dat je je cliënt vleit, etc. Tot op zekere hoogte is dit natuurlijk zo. Je gaat een cliënt bijvoorbeeld niet rechtuit zeggen dat hij een warhoofd is, maar vindt daar een tactische formulering voor waarin ook een advies verwerkt zit om met deze eigenschap te leren omgaan.

In mijn duidingen probeer ik altijd een paar controleerbare feiten te bespreken met de cliënt, bijvoorbeeld de huwelijksdatum, data van het behalen van diploma's, van de geboorte van kinderen. Dat heeft als bijkomend voordeel dat je kunt vaststellen of de geboortetijd klopt. Ik heb door deze werkwijze meermalen iemands geboortetijd kunnen corrigeren en dat bleek dan altijd juist wanneer de cliënt dit ging controleren (navraag bij ouders; opvragen van de geboorteakte die in Nederland wordt bewaard bij de burgerlijke stand van de geboorteplaats).

Een seriemoordenaarWat 3 betreft: Om te beginnen geeft degene die dit vertelt blijk van weinig psychologisch inzicht. Een succesvol seriemoordenaar, en dat moet deze John Gacy geweest zijn met 33 slachtoffers in 6 jaar, is om zijn ‘werk’ te kunnen doen hoogst­waar­schijnlijk charmant, anders zou hij niet zo makkelijk aan slachtoffers kunnen komen. Gacy was niet bepaald aantrekkelijk van uiterlijk, wat het des te waarschijnlijker maakt dat hij charmant kon zijn. Hij trad trouwens ook op als clown, zie de foto's bij dit verhaal en de website biopgraphy.com. In een artikel waaraan ik al een paar jaar werk, ga ik nader in op het opmerkelijke ver­schijnsel van gewelddadige mannen met een ‘zachtaardige’ horoscoop.

Ten tweede is er een veel principiëler bezwaar: op het moment dat de man in kwestie geboren werd, zijn er veel meer kinderen geboren. Deze kinderen zijn niet allemaal (waarschijnlijk zelfs verder geen van allen) opgegroeid tot seriemoorde­naars, anders hadden we daar ongetwijfeld van gehoord.

Astrologen die dit soort zaken als geldige reden zien om de astrologie vaarwel te zeggen, hebben nooit goed nagedacht over de grenzen van het vak. Juist omdat er meerdere kinderen worden geboren op een bepaalde datum en uur, kunnen er geen absolute uitspraken worden gedaan over bijvoorbeeld de intelligentie, bepaalde talenten, gewenste of minder gewenste eigenschappen.

Dat maakt overigens de materie wel weer lastiger om te testen: astrologen kunnen niet in alle gevallen absolute uitspraken doen, althans niet uitsluitend op basis van een geboortehoroscoop. Aan de andere kant zijn ze in staat om sommige eigenschappen en problemen met grote precisie omschrijven. In de volgende paragraaf werk ik dit wat nader uit aan de hand van twee voorbeelden uit mijn eigen praktijk.

4.6  Wat kan een astroloog wèl zien?

De man op wie ik verliefd werd in het najaar van 1976 en met wie ik mijn leven heb gedeeld tot zijn dood in 2007, was astroskepticus (Ram, ascendant en Maan in Boogschutter). Op een keer gingen we op bezoek bij vrienden van hem; ze hadden Bert gevraagd of ik de horoscoop van hun dochter wilde trekken. Ik had dat gedaan, maar zat met het geval in mijn maag, vandaar het bezoek. Ik maakte me zorgen over de dochter (ze was destijds 26). Uit de horoscoop kreeg ik de indruk dat er iets mis was en ik wilde graag dat ze zich medisch liet onderzoeken. Maar haar ouders noch zijzelf voelden daarvoor. Ik verwachtte dat de ziekte die ik dacht te zien binnen drie jaar tot dramatische ontwikkelingen in haar leven zou leiden, die een einde aan haar huwelijk zouden maken. Dat huwelijk was volgens mij bovendien een verstandshuwelijk.
Dat laatste was waar en helaas kwam ook mijn voorspelling volledig uit. Later bleek dat ze een bepaald chemisch bestanddeel miste waardoor ze bij vlagen zo manisch was, dat er geen land meer met haar te bezeilen viel. Sindsdien moet ze periodiek geïnjecteerd worden (pillen helpen niet), en dan is ze weer haar vriendelijke, bescheiden zelf.

Vanaf dat moment was niemand trotser op mijn astrologische kennis dan Bert. Jaren later schepte hij erover op tegen een collega, en die wilde weleens zien wat ‘dat meisje’ ervan bakte. Hij vroeg zijn geboortegegevens op en ik toog aan het werk. Ik had de man nooit gezien en wist niets van hem af. Het was een interessante horoscoop. Er was alleen iets wat me een beetje dwars zat, wat moest ik ermee? Volgens mij had hij nl. pas na zijn vierde jaar leren praten, en dat lag niet aan zijn verstand, maar aan een fysiek defect. Uiteindelijk noteerde ik dit aan het einde van de analyse.
Ik typte het verhaal uit (op de typemachine, onvoorstelbaar!) en gaf het niet aan Bert te lezen, maar deed het in een envelop die ik sloot, en aan hem meegaf.
's Avonds vertelde Bert me dat zijn collega de envelop had opengescheurd en wit was weggetrokken toen hij het verhaal las. Wat was het geval? Hij had als klein kind inderdaad niet kunnen praten. Pas toen hij op zijn vierde naar de kleuterschool ging, werd de oorzaak ontdekt: zijn tong was gedeeltelijk vastgegroeid aan zijn gehemelte. Hij had dit verhaal verder nooit aan iemand verteld, omdat hij het (nog steeds) heel erg vond dat dit mankement pas zo laat èn door buitenstaanders was ontdekt.

Van dit soort voorbeelden zijn er veel en veel meer. Elke goede astroloog die ik ken, heeft een aantal treffende gevallen in zijn of haar archief. Dus bepaalde dingen kan een astroloog niet zien, maar er zijn ook gevallen waarin astrologen zeer exacte en controleerbare uitspraken kunnen doen. Hoe zit dat precies? Wat typeert de gevallen waarin astrologen wèl harde en controleerbare uitspraken kunnen doen? Dat zou nader onderzocht moeten worden.
Home | NAAR BOVEN | sitemap

Laatste versie: dinsdag 29 november 2016